INTERNATIONALE BEPALINGEN TER VOORKOMING VAN AANVARINGEN OP ZEE PDF

Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, by Pierre Deseck; 1 edition; First published in ; Subjects. U kunt de volledige tekst van Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, , Londen, in Dutch-English from Reverso Context: het Verdrag inzake internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van (COLREG 72);.

Author: Netilar Nezil
Country: Norway
Language: English (Spanish)
Genre: Literature
Published (Last): 12 March 2007
Pages: 397
PDF File Size: 15.56 Mb
ePub File Size: 19.78 Mb
ISBN: 529-8-87596-599-4
Downloads: 39844
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Kiramar

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding Eems-Dollardverdrag.

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:. De Verdragsluitende Partijen zullen in de Eemsmonding in het besef van hun gemeenschappelijke belangen en met bepslingen van de bijzondere belangen van de andere Verdragsluitende Partij overeenkomstig de hiernavolgende artikelen in een geest van goede nabuurschap samenwerken, teneinde een verbinding van hun havens met de zee te waarborgen die aan de zich be;alingen eisen voldoet.

Dit doel behoort – onder handhaving van de wederzijdse rechtsstandpunten ten aanzien van het verloop van voorkominb staatsgrens – door middel van een praktische regeling van de vraagstukken die beide staten betreffen, te worden bereikt.

De Verdragsluitende Partijen bepalingej het bestaande hoofdvaarwater alsmede het Emder Vaarwater en de zuidelijke toegang van het hoofdvaarwater tot de Bocht van Watum tot uitgangspunt en verplichten zich – overeenkomstig hoofdstuk 2 – alle maatregelen te nemen die nodig zijn om deze vaarwateren open te houden en eventueel te verbeteren, alsmede zodanige maatregelen die door de andere Verdragsluitende Partij worden genomen, te steunen.

Zij verplichten zich, alles na te laten wat aan het hierboven vermelde doel afbreuk bepxlingen. Aan deze verplichting wordt eventueel ook geacht te zijn voldaan, indien een Verdragsluitende Partij bij de uitvoering van werkzaamheden voorzieningen treft, waardoor nadelige gevolgen voor de vaarwateren naar de havens van de andere Partij worden voorkomen. In het Gemeenschappelijke Plan dient het resultaat van het overleg en de onderzoekingen betreffende verbetering op grote schaal van de bestaande en eventuele nieuwe vaarwateren in de Eemsmonding tot uitdrukking te worden gebracht.

Het Gemeenschappelijke Plan dient voortdurend te worden aangepast aan de wetenschappelijke inzichten, alsmede aan hepalingen behoeften van de havens en aan de economische behoeften van de Verdragsluitende Partijen.

Het Koninkrijk der Nederlanden dient in dat geval zodanige voorzieningen te treffen dat nadelige gevolgen voor het vaarwater naar Emden worden voorkomen. Deze verbinding dient zo mogelijk zodanig te worden aangelegd dat zij de tenuitvoerlegging van de plannen tot verbetering van het vaarwater naar Emden internationae.

Translation of “COLREG” in English

Bij de tenuitvoerlegging van dit Verdrag zullen de Verdragsluitende Partijen niet alleen naar behoren rekening houden met de belangen van de zee- en binnenscheepvaart en van de havens, doch ook met de functie van de Eemsmonding met betrekking tot de afwatering en als vloedkom, alsmede met de belangen van de kustverdediging. Verbindingslijn tussen de grote lichttoren van Borkum en de Grote Kaap van Rottumeroog.

De Bondsrepubliek Duitsland voert alle waterbouwkundige werkzaamheden uit tot onderhoud en verbetering van het hoofdvaarwater, het Emder Vaarwater en de Boven Eems.

Zij voert bovendien in het hoofdvaarwater internatiknale waterbouwkundige werkzaamheden uit, die in het belang zijn van de Duitse havens. Het Koninkrijk der Nederlanden voert alle waterbouwkundige werkzaamheden uit tot onderhoud en verbetering der verbindingen tussen de Nederlandse havens en het hoofdvaarwater, met inbegrip van de daarmee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden in het aangrenzende deel van het hoofdvaarwater.

Het voert bovendien in het hoofdvaarwater andere waterbouwkundige werkzaamheden uit, die in het belang zijn van de Nederlandse havens. Waterbouwkundige werkzaamheden die zowel onder artikel 8 als onder artikel 9 vallen worden door de Bondsrepubliek Duitsland uitgevoerd. De artikelen 8 tot en met 10 zijn eveneens van toepassing op de aanleg van nieuwe werken.

Indien het om technische of economische redenen aanbeveling verdient af te wijken van de ger 8 tot en met 11kunnen de Regeringen der Verdragsluitende Partijen een andere regeling overeenkomen. De Regeringen vragen daartoe een aanbeveling van de Eemscommissie. Deze bebakening moet voldoen aan de eisen van de veiligheid van de scheepvaart.

Benedenstrooms van de verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten verzorgt en onderhoudt iedere Verdragsluitende Partij de bebakening die zich op het tot aqnvaringen grondgebied behorende vasteland bevindt. Het Koninkrijk der Nederlanden verzorgt en onderhoudt de bebakening in of aan de Bocht van Watum en in of aan de noordelijke en de zuidelijke toegang van het hoofdvaarwater tot voorkomihg Bocht van Watum; de Bondsrepubliek Duitsland verzorgt en onderhoudt de bebakening in of aan het hoofdvaarwater.

De bebakening bovenstrooms van de verbindingslijn tussen de lichttoren van Knock en de kerktoren van Termunten, die in het gebied ten zuiden van de Geisedam door het Koninkrijk der Nederlanden, en voor het overige door de Bondsrepubliek Duitsland wordt verzorgd en onderhouden, alsmede de radioinstallaties waarvan de actieradius verder reikt dan de in artikel 14 aangegeven vaarwateren, vallen niet onder dit Verdrag. Hiervoor geldt de bij notawisseling van 3 en 20 september te ‘s-Gravenhage tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland gesloten overeenkomst inzake de wederzijdse verstrekking van inlichtingen nopens oprichting aanvarongen wijziging van kustverlichtingsobjecten.

Iedere Verdragsluitende Partij draagt de kosten voor die werkzaamheden en maatregelen die zij volgens dit Verdrag gerechtigd of verplicht is uit te voeren of te treffen. De Regeringen der Verdragsluitende Partijen kunnen – vwn het bijzonder in het geval van artikel 12 – een verdeling der kosten overeenkomen die afwijkt van artikel Indien bij de werkzaamheden volgens artikel 4 de Bondsrepubliek Duitsland ten behoeve van het vaarwater naar Emden een oplossing verlangt, die verder gaat dan hetgeen voor het afwenden van nadelige gevolgen voor het vaarwater naar Emden noodzakelijk is, dient zij een bijdrage te leveren ter grootte van de daaruit voortvloeiende extra kosten.

  BVV2 GESETZ PDF

Bij de behartiging van de waterstaatszorg past iedere Verdragsluitende Partij haar eigen wettelijke voorschriften toe. Deze wettelijke voorschriften dienen ter kennis van de Eemscommissie te worden gebracht.

Hetzelfde geldt voor maatregelen op het gebied van de waterstaatszorg die van invloed kunnen zijn op de belangen van de andere Verdragsluitende Partij.

Deze bepaling sluit echter niet de mogelijkheid uit, in het kader van het Gemeenschappelijke Plan bereikte resultaten of verrichte onderzoekingen als bewijsmiddel aan te voeren. De verplichtingen uit hoofde van artikel 22 en de rechten uit hoofde van de artikelen 23 en 24 hebben geen betrekking op de Boven Eems.

Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, | Open Library

Indien in die gevallen de andere Verdragsluitende Partij schade wordt toegebracht, blijft haar aanspraak op schadevergoeding en op het voorkomen van verdere schade onverminderd bestaan. De resultaten van de opmetingen, peilingen en hydrologische onderzoekingen dienen te worden uitgewisseld. De eerste Eemscommissarissen worden binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag benoemd.

De Regeringen kunnen plaatsvervangers van de Commissarissen benoemen. Andere deskundigen kunnen tot de zittingen van de Eemscommissie worden uitgenodigd. Elk der Regeringen kan daarop in verband met dit geschil een beroep doen op het in hoofdstuk 12 bedoelde Scheidsgerecht. Duitse vaartuigen worden beschouwd zich te bevinden binnen het gebied der Bondsrepubliek, Nederlandse vaartuigen worden beschouwd zich te bevinden binnen het gebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

De opsporingsambtenaren zijn verplicht de autoriteiten van de bevoegde Verdragsluitende Partij belast met toezicht op de naleving der wettelijke voorschriften onverwijld mededeling te doen van hun bevindingen alsmede hun eventuele processen-verbaal en andere bewijsstukken over te leggen. De volgens de voorschriften opgemaakte processen-verbaal hebben dezelfde rechtskracht als de door de overeenkomstige ambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij opgemaakte processen-verbaal.

De nationale voorschriften volgens welke voor het verstrekken van mededelingen een machtiging van andere autoriteiten nodig is blijven onverminderd van kracht. Deze in de Nederlandse en de Duitse taal op te stellen voorschriften worden in overeenstemming met de nationale wetgeving uitgevaardigd. De noodzakelijke besprekingen beginnen uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Zolang er geen overeenstemming is bereikt over deze voorschriften, blijven de bestaande speciale voorschriften voor het verkeer in de Eemsmonding van kracht.

Deze maatregelen dienen onverwijld te worden medegedeeld aan de overeenkomstige autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij en op haar verzoek aan een gemeenschappelijk onderzoek te worden onderworpen en eventueel te worden gewijzigd.

Indien een Nederlands of Duits vaartuig in aanvaring komt met een vaartuig van een derde land, dan is ten aanzien van het politieonderzoek, het onderzoek van het ongeval en de strafvervolging slechts die Verdragsluitende Partij bevoegd wier vaartuig bij het ongeval is betrokken.

Voor de Duitse vissers en jagers zijn evenwel de Duitse ambtenaren belast met het toezicht op de visserij en de jacht bevoegd, voor de Nederlandse vissers en jagers de Nederlandse ambtenaren belast met het toezicht op de visserij en de jacht. Indien iemand op heterdaad wordt betrapt zijn de met het toezicht belaste ambtenaren van beide Verdragsluitende Partijen, ook ter vervanging van de bevoegde ambtenaren van de andere Partij, gerechtigd de vereiste bescheiden te onderzoeken, de kentekenen van vaartuigen te identificeren en bewijsmiddelen veilig te stellen.

De met het toezicht belaste ambtenaren zijn verplicht de bevoegde ambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij zo snel mogelijk mededeling te doen van hetgeen door hen is geconstateerd en verricht en op hun verzoek de voortzetting van het onderzoek aan hen over te laten.

De grensbewakingsautoriteiten voeren een zodanige controle alleen uit indien er een verdenking van misbruik bestaat, in het bijzonder indien er verdenking bestaat dat de door een schip gevoerde vlag niet overeenstemt met de werkelijke haven van bestemming of van vertrek. Zij doen elkaar daartoe zo snel mogelijk, uit eigen beweging of op verzoek, mededeling van die gegevens die voor de uitoefening van hun dienst van belang zijn.

De nationale voorschriften volgens welke voor het verstrekken van mededelingen een machtiging van andere autoriteiten vereist is, blijven onverminderd van kracht. Het binnenvaren in de Eemsmonding in de zin van letter c van lid 1 wordt in dit geval gerekend van de westelijke en zuidelijke begrenzing van de Boven Eems af.

Voor het nemen van maatregelen op het gebied van het gezondheidstoezicht zijn de autoriteiten van de Verdragsluitende Partij bevoegd, wier havens worden aangedaan.

De bij notawisseling van 25 en 30 januari te ‘s-Gravenhage tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland gesloten overeenkomst inzake de samenwerking bij de redding van mensenlevens op de Noordzee tussen de 6e en 7e meridiaan oosterlengte geldt in de Eemsmonding eveneens ten oosten van de 7e meridiaan oosterlengte. Indien een der genoemde Verdragen wordt gewijzigd, is het gewijzigde Verdrag, zodra dit voor beide Verdragsluitende Partijen in werking is getreden, van toepassing.

Indien de toepassing van artikel 32 tot gevolg heeft dat ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid bij aanvaringen noch het Duitse noch het Nederlandse recht geldt, wordt de plaats van de aanvaring beschouwd te zijn gelegen binnen zowel Duits als Nederlands gebied; de eisende partij heeft de keus tussen de volgens het Duitse en de volgens het Nederlandse recht bevoegde gerechten.

De prielen en de Westerbalje behoren niet tot dit gemeenschappelijke visserijgebied. De ingangen van de prielen worden, zo nodig, ten westen van het hoofdvaarwater door het Koninkrijk der Nederlanden, ten oosten van het hoofdvaarwater door de Bondsrepubliek Duitsland duidelijk met bakens aangegeven.

Voor de begrenzing van de Westerbalje geldt de grens van de Eemsmonding. De mosselvisserij ten oosten van de oostelijke grens van het hoofdvaarwater blijft echter aan de Duitse vissers voorbehouden. Aan de zeezijde van deze lijn kan de visserij zonder schriftelijke toestemming worden uitgeoefend.

De eerste van deze regelingen dient binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag te worden gesloten. Op de zandbanken van de Meeuwenstaart worden echter Duitse en Nederlandse jagers tot het uitoefenen van de robbenjacht toegelaten volgens de bepalingen van de leden 2 en 3. Indien voorwerpen in de buurt van de Nederlandse kust, in het gebied ten zuiden van de Geisedam of op de tot de Bocht van Watum gerekende delen van de zandbanken aanspoelen, dient het Nederlandse recht te worden toegepast; in het overige deel van de Eemsmonding wordt op strandgoed het Duitse recht toegepast.

  GD&T APPLICATION AND INTERPRETATION PDF

De Verdragsluitende Partijen zullen de scheepvaart van en naar de havens van de andere Partij aan de Eemsmonding niet hinderen. Er worden geen scheepvaartrechten geheven.

Iedere Verdragsluitende Partij behoudt zich in vzn opzicht haar rechtsstandpunt voor. Een zodanige beslissing laat eveneens lid 2 van artikel 33 onverlet indien zij betrekking heeft op hoofdstuk 5. Indien die onderhandelingen niet binnen een redelijke termijn, die niet langer mag interbationale dan een jaar te rekenen van het verzoek om opening van onderhandelingen af, tot overeenstemming leiden, kan de Verdragsluitende Partij die de wijziging van een op dat ogenblik geldende regeling wenst, de daarvoor in internayionale komende bepaling tegenover de andere Partij schriftelijk opzeggen.

De desbetreffende bepaling treedt na een jaar te rekenen ijternationale de ontvangst van de schriftelijke opzegging door de andere Partij af, buiten werking. Iedere Verdragsluitende Partij kan na de opzegging een beroep doen xee de in artikel 13 e.

De beide Verdragsluitende Partijen zullen ook bij de vraagstukken die niet uitdrukkelijk in dit Verdrag zijn geregeld, die zich in de Eemsmonding voordoen en die gemeenschappelijke belangen raken, in een geest van goede nabuurschap samenwerken. Voor het beslissen van alle geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van de in lid 2 van artikel 49 genoemde geschillen, wordt, met uitsluiting van andere verdragsregelingen inzake de beslechting van geschillen, een Scheidsgerecht ingesteld.

Bij overlijden, aftreden of verhindering van de voorzitter wordt zijn functie door een plaatsvervanger waargenomen. Zij mogen noch hun gewone verblijfplaats op het grondgebied van een van beide Verdragsluitende Partijen hebben noch in hun dienst staan.

Indien de President verhinderd is zijn ambt uit te eze of indien hij de nationaliteit bezit van va van beide Verdragsluitende Partijen, geschiedt de aanwijzing van de voorzitter of de plaatsvervanger door de Vice-President of, indien ook deze verhinderd is of de nationaliteit bezit van een van beide Verdragsluitende Partijen, door het oudstbenoemde lid van het Internationale Gerechtshof dat niet de nationaliteit bezit van een van beide Verdragsluitende Partijen. Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing indien de Regeringen na het verstrijken van de ambtstermijn geen overeenstemming kunnen bereiken over een nieuwe voorzitter of plaatsvervanger.

Op de procedure bij de benoeming is lid 5 van overeenkomstige toepassing; ten aanzien van de internaationale van de ambtstermijn van de opvolger geldt het bepaalde in de tweede zin van lid 4. Indien een Regering de door haar te benoemen assessoren niet binnen een maand na de in lid 3 van artikel 52 bedoelde mededeling heeft benoemd, kan de andere Regering de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken, de ontbrekende assessor en te benoemen.

De tweede zin van lid 5 is van overeenkomstige toepassing. Aan het Scheidsgerecht worden twee secretarissen toegevoegd, van wie iedere Regering er een benoemt. Indien hij zijn bemoeiingen als mislukt beschouwt, deelt hij dit aan beide Regeringen mede.

Op verzoek van een der Regeringen beslist het Scheidsgerecht ten aanzien van de vraag of de door de voorzitter genomen voorlopige maatregel dient te worden opgeheven.

Het Scheidsgerecht is bevoegd, de partijen gehoord, voorlopige maatregelen te nemen. De kosten voor de voorzitter van het Scheidsgerecht, voor diens plaatsvervanger en voor de twee assessoren die de nationaliteit bezitten van een derde staat, worden door de Verdragsluitende Partijen ieder voor de helft gedragen. Iedere Verdragsluitende Partij draagt de kosten voor de door haar benoemde tweede assessor, voor de door haar benoemde secretaris, alsmede voor haar vertegenwoordiging bij de procedure voor het Scheidsgerecht.

COLREG – Translation into English – examples Dutch | Reverso Context

De overige kosten van het Scheidsgerecht worden door de Verdragsluitende Partijen ieder voor de helft gedragen. Gedaan te ‘s-Gravenhage, 8 aprilin tweevoud, vkorkoming de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Tot de Eemsmonding behoren niet de aanwezige havens, aanlegplaatsen en afvoerkanalen der uitwateringssluizen; de begrenzing van de Eemsmonding volgt bij de havens, aanlegplaatsen en afvoerkanalen der uitwateringssluizen de buitenzijde van de havenhoofden en van de andere bouwwerken alsmede de verbindingslijnen van de koppen der havenhoofden of de buitenkoppen van de overige bouwwerken. Bij de ondertekening van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding zijn de gevolmachtigden van beide Partijen over de volgende bepalingen tot overeenstemming gekomen en hebben zij de voorkoking verklaringen afgelegd:.

Ten aanzien van artikel 2 van het Verdrag bestaat overeenstemming dat het Koninkrijk der Nederlanden met het oog op de beveiliging van het internatiionale in de noordelijke toegang van het hoofdvaarwater internatiojale de Bocht van Watum geen grotere diepte dan 4,5 meter bij het gemiddelde laagwater-springtij tot stand brengt.

Artikel 4 van het Verdrag blijft onverlet. Het is het Koninkrijk der Nederlanden bekend dat de Bondsrepubliek Duitsland in volle zee voor de Eemsmonding bebakening verzorgt en onderhoudt; het brengt hiertegen geen bezwaren in. Iedere Verdragsluitende Partij zal bij het vervullen van haar taak uit hoofde van hoofdstuk 5 van het Verdrag verzoeken van de andere Partij om toestemming tot het winnen van zand, kiezel of schelpen of tot het storten van opgebaggerde grond in welwillende overweging nemen.

Particulieren die zodanige verzoeken doen worden, wat hun nationaliteit betreft, op gelijke wijze behandeld.

This article was written by admin